X
trace();

Warenkennis

Onze deel Warenkennis bevat samenvattingen van het boek "Fachwissen Textileinzelhandel" van Roland Kilgus und Helmut Lungershausen, uitgegeven door de uitgeverij Europa Lehrmittel.

Grondbindingen en afwijkingen

Geweven stoffen worden het vaakst gebruikt voor bekleding,beddenlinnen of gordijnen. Zelfs voor bedden kunt u heden ten dage veel verschillende stoffen overtrekken kiezen. De weeftechniek is reeds veel millennia dezelfde: tussen twee balken worden op gelijkmatige afstanden draden (schering) gespannen, waartussen men rij voor rij nog een draad (inslag) trekt.

Er wordt onderscheid gemaakt tussen de volgende grondbindingen:

Linnenbinding

De linnenbinding is de eenvoudigste en tegelijkertijd de meest nauwsluitende verweving van schering en inslag. Elke scheringdraad ligt afwisselend boven en onder een inslagdraad. De bindingspunten liggen aan alle kanten op één lijn. Het vier-over rapport omvat twee scheringdraden en twee inslagdraden. De rechter- en linkerkant van het goed hebben dezelfde binding.

Flechtbild Leinwandbindung

Keperbinding

De keperbinding is te herkennen aan de diagonaal aan elkaar geregen bindingspunten die een keper vormen. Als de graatlijn van links naar rechtsboven verloopt, is de aanduiding Z-keper van toepassing, van linksboven naar rechtsonder loopt de kepergraat van de S-keper. Kettingkepers hebben aan de rechterkant meer schering- dan inslagdraden. Wevingen met keperbinding kunnen afhankelijk van de binding en de dichtheid van de draad zacht en losjes zijn, maar ook glad en stevig.

Köperbindung

Atlasbinding

Het kenmerk van de atlasbinding is dat de bindingspunten gelijkmatig verspreid liggen. Ze raken elkaar op geen enkele plaats van het rapport aan. Het rapport telt minstens 5 schering- en inslagdraden. Elke inslagdraad bindt in het rapport slechts eenmaal af, daardoor ontstaan lange niet gebreide steken, die ook het beeld en de eigenschappen vormen. Door het soort inbinding van schering en inslag ontstaan verschillende kanten. Atlasbinding wordt bepaald door de overheersing van het scheringdraadsysteem op de voorkant. Bij zeldzaam satijn bepalen de inslagdraden de voorkant.

Door het geringe aantal bindingspunten en de dichte draadpositie zijn weefsels met atlasbinding glad, gelijkmatig en glanzend. Een losse inbinding zorgt ervoor dat de stof licht valt en soepel is. Weefsels met atlasbinding zijn bijv. satijn, duchesse en moleskin.

Atlasbindung

Kijk ook naar ons stoflexikon, daar worden veel Vragen over stoffen en textiel beantwoord.

Symbolen voor de verzorging van textiel

Het gebruik van de symbolen voor verzorging is vrijwillig. Ze zijn slechts een aanbeveling en bieden geen garantie dat het textiel bij de aanbevolen behandeling geen schade oploopt. De symbolen voor verzorging geven altijd de maximaal toelaatbare behandelingssoort aan. Bij gemengde vezels is de verzorging gericht op de gevoeligste vezel. De volgorde van de symbolen is waskuip, driehoek, strijkijzer, reinigingstrommel en droogtrommel.

Wassen (waskuip)
Normalwaschgang 95° Normale wasprocedure
Schonwaschgang 95° Fijne was
Normalwaschgang 60° Normale wasprocedure
Schonwaschgang 60° Fijne was
Normalwaschgang 40° Normale wasprocedure
Schonwaschgang 40° Fijne was
Spezialschonwaschgang 40° Speciale fijne was
Normalwaschgang 30° Normale wasprocedure
Schonwaschgang 30° Fijne was
Spezialschonwaschgang 30° Speciale fijne was
Handwäsche Handwas
nicht waschen niet wassen

De getallen in de waskuip geven de maximale wastemperatuur aan, die niet mag worden overschreden. De balk onder de waskuip duidt een (mechanisch) mildere behandeling aan (fijne was). Het kenmerkt wascycli die bijvoorbeeld geschikt zijn voor onderhoudsarme en mechanisch gevoelig artikelen. De dubbele balk kenmerkt wascycli met nog minder mechanica, bijv. voor wol.

Bleken (driehoek)
Chlor- und Sauerstoffbleiche zulässig Chloor- en zuurstofbleekmiddelen; toegestaan'
nur Sauerstoffbleiche zulässig keine Chlorbleiche 'alleen zuurstofbleekmiddelen toegestaan -geen chloorbleekmiddelen
nicht bleichen niet bleken
'Tumblerdrogen (droogtrommel)
Trocknen mit normaler thermischer Beanspruchung Drogen met normale thermische belasting
Trocknen mit reduzierter thermischer Beanspruchung Drogen met gereduceerde thermische belasting
Trocknen mit Tumbler nicht möglich Drogen met droogtrommel niet mogelijk

De punten geven het droogniveau van de droogtrommel aan (wasdroger).

Strijken
heiß bügeln heet strijken
mäßig heiß bügeln matig heet strijken
nicht heiß bügeln, Vorsicht beim Bügeln mit Dampf 'niet heet strijken, voorzichtig bij strijken met stoom'
nicht bügeln niet strijken

De punten geven de temperatuur van het strijkijzer aan.

Textielverzorging (reinigingstrommel)
 
 
 
 
geen chemische reiniging mogelijk

De letters zijn bedoeld voor de chemische reiniging. Ze geven aanwijzingen over het oplosmiddel dat in aanmerking komt. De balk onder het kruis verlangt bij de reiniging een beperkte mechanische belasting, beperkte vochtigheid en/of beperkte temperatuur.

Textielverzoriging (reinigingstrommel)
 
 
 
geen natte reiniging mogelijk

Dit symbool kan artikelen aanduiden die nat gereinigd kunnen worden. Het wordt als tweede regel onder het symbool voor de chemische reiniging geplaatst. De balk onder het kruis verlangt bij de reiniging een beperkte mechanische belasting (zie wassen).

Terug